keatsmuseum

Kaatsen is een van de oudste balsporten, maar springlevend in Friesland. Met duizenden beoefenaars, leden en supporters. Kaatsen zette voet in Friesland tijdens de inpoldering van het Bildt rond 1500. Hollandse dijkwerkers namen deze stoere vorm van tennis mee. De Friezen omarmden het hart en ziel. Het werd deel van de cultuur. Nu wordt het gezien als een Friese sport. Echter kaatsen en varianten ervan worden overal ter wereld beoefend. Het Friese kaatsen heeft een eigen woordenschat, waarvan ‘boppeslag’ de meest bekende is. En wie kent niet de PC in Franeker, waarvan ook de NOS jaarlijks verslag doet? Minder bekend zijn de verhalen van de kaatshelden. Álle verhalen zijn te horen in het Keatsmuseum. Het oudste sportmuseum van Nederland. Een interactieve belevenis om niet te missen.

Geschiedenis van het Keatsmuseum

Het Kaatsmuseum in Franeker is in 1972 opgericht en  het oudste sportmuseum in Nederland. Het museum staat volledig in het teken van de Friese sport kaatsen. Het Friese kaatsen is ontstaan in de 12e eeuw in kloosterhoven in Frankrijk en heeft dus via België zijn weg naar het noorden gevonden. Vroeger werd er in heel Nederland gekaatst. al werd het wel vaak gedaan door de rijkere laag van de bevolking. Toen die zich terugtrokken  werd kaatsen een spel voor ‘het gewone volk’.

Collectie Keatsmuseum

De collectie van de Franeker kastelein Schelte Dijkstra was mede de aanleiding tot oprichting van het museum.  De KNKB-bestuurders Jan Rodenhuis en Johannes Dijkstra waren de initiators en met de andere vrijwilligers van het eerste uur, Jelle Takema, Harm Wierda en Doeke Zijlstra, werd gestart op de bovenverdieping  van het gemeentemuseum ’t Coopmanshûs aan de Voorstraat.

Maar de collectie werd steeds uitgebreider en dus moest er weer naar een andere locatie gezocht worden. In 1995 kon de bovenverdieping van de Camminghastins, waar nu Van der Kloet Brood & Banket zit,  tegen een aantrekkelijke vergoeding worden betrokken. Er kwam een geheel nieuwe inrichting en de opening werd verricht door de toenmalige staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Erica Terpstra.

collectie

Verhuizingen

Toch bleef het verlangen naar een eigen museum. Door de verkoop van de Camminghastins in 2013 kwam alles in een stroomversnelling terecht. Het pand moest uiterlijk 31 december 2013 worden ontruimd en dit betekende de (tijdelijke) sluiting van het Keatsmuseum.

Na een noodgedwongen sluiting van bijna drie jaar kon op 2 september 2016 het nieuwe Keatsmuseum aan de Voorstraat 76 worden heropend. Een nieuw eigen pand, met een eigentijdse inrichting, met interactieve elementen en helemaal klaar voor de toekomst. Dit is mogelijk geworden dankzij de gulle financiële ondersteuning van overheden, fondsen, sponsoren en particulieren. De renovatie en een deel van de inrichting is verzorgd door de vele vrijwilligers van het Keatsmuseum.  Zonder hun inzet was het niet mogelijk geweest een dergelijk ambitieus project te realiseren.